Bestaansleegte

     
       Enige toelichting wat deze taoïstische inzichten betreft. Enerzijds is er de gemanifesteerde wereld, anderzijds is er 
       de oergrond, de niet-gemanifesteerde wereld, dat is de eigenschaploze Tao (in westerse terminologie zou men
       kunnen spreken over het Ene, het Absolute, maar ook de Leegte, het Niets, het Zwijgen). Het gemanifesteerde omvat
       zowel de stoffelijke als de spirituele wereld. De Tao van de Hemel is de nog benoembare geestelijke, religieuze of
       spirituele wereld. De Tao van de aarde is de stoffelijk gemanifesteerde wereld.                                                                     
       En de Tao van de Mens kan deel hebben  aan zowel het geestelijke als het materiële en tussen die twee de
       verbindende schakel vormen. Dit laatste is het vermogen van de psyche. Want degene die de verbinding kent, weet
       daarmee impliciet ook iets van de Tao welke van dit alles de onwaarneembare , onbenoembare, ’lege, zwijgende’
       oergrond is. 

      De beeldende kunstenaars die in de taoïstische traditie werkten, hadden als taak te beginnen zich innerlijk geheel
       leeg te maken, leeg van gedachten, gevoelens, intenties, om te voorkomen dat hun beperkte persoonlijkheid een
      beletsel zou kunnen vormen voor de manifestaties van de Tao in hun werk. Door innerlijk naar vermogen zo leeg en
      zo stil mogelijk te worden, schiepen zij de condities voor directe werkzaamheid van de Tao in hun ziel. De draaikolk
      van voorstellingen, gedachten, emoties en aandriften waar mensen voortdurend in verkeren, vormt een belemmering
      voor spirituele creativiteit in deze visie. Vervolgens schilderden zij, bijvoorbeeld, een landschap, waarin haast
      onzichtbare krachtlijnen de hemel (het geestelijke, goddelijke, spirituele zijnsniveau) via bergen en heuvels (het
      menselijke psychische niveau) verbonden met de aarde (symbool van het materiële niveau, dat werd aangeduid door
      rivieren en dalen.
      De relatie tussen wolkenhemel, beboste bergen en rivierdalen werd door taoïstische schilders niet statisch, maar juist
      zeer dynamisch uitgebeeld. In het taoïstische wereldbeeld spreekt een voortdurende verandering: de gedachte van
      groei, verval, nieuwe groei. Het taoïsme ziet als een eeuwigdurend proces van alle evolutie. Voortdurend werken
      overal en in alles de krachten van manifestaties (zichtbaar worden, zich ontvouwen), involutie (afsterven en
      onzichtbaar worden) en transsubstantiatie (de geheimzinnige verjonging en vernieuwing via een nulpunt). Anders
      gezegd: de gehele gemanifesteerde Tao op alle niveaus gaat door processen van geboorte, dood en opstanding.
      Alleen de onbenoembare ‘oergrond’ Tao blijft onberoerd.

      
       Terug naar vorige pagina 


Website laten maken? SiteToGo.nl