Bestaansleegte

     
     Omdat dit doordringende krachtenveld van het innerlijk door het alledaagse bewustzijn heen breekt, scheurt dit de
     werkelijkheidsbeleving van de alledaagsheid en bewerkstelligt dit een eigen soort geestelijke pijn. Pijn is daar waar
     een wond is. Juist een wond die bloedt of gebloed heeft, begint een activiteit van genezing, een scheppend
     autonome daad van het lichaam. Bij veel kunstenaars blijkt een verwonding van het innerlijk in het heden of verleden
     verbonden te worden met een zien van het leven van mensen en van de natuur. Zo kan er onderscheid gemaakt
     worden tussen:
     - de relatie van de mens (kunstenaar) met zichzelf; daarin is ook het onderbewuste vervat;                               
     - de relatie van de kunstenaar met anderen;                                                                                                                               
     - de relatie van de kunstenaar met de omringende wereld in dat wat raakt vanuit de   actualiteit;    
     - de relatie van de kunstenaar met de onzichtbare wereld; dit kan het religieuze, het bovenbewuste, het numineuze,
        het archetypische, kortom het onzegbare zijn.   

     Bovenstaande  indeling is niet bedoeld tot afbakening, de ene intensiteit in beleving werkt door in de andere. De
     intensiteiten wisselen in een durende beweging en kunnen overrompelend zijn en vinden een uitweg - wat in het
     kunstwerk of compositie tot  manifestatie komt. Het innerlijk vindt zich (soms onnavolgbaar) een weg via
     lichaamsbewustzijn, persoonlijkheid, mentaal inzicht (wat tijdelijk onderbewust wordt).                                                                Dit innerlijk krachtenveld heeft Socrates ‘daimon’ genoemd, een zekere krankzinnigheid die nodig is om het
     ongrijpbare (goddelijke) uit te drukken. Wanneer in scheppende gevoeligheid de kunstenaar van binnenuit open
     wordt en ‘ziet’, kan deze mens langdurig afgesloten raken.  Een voorbeeld hiervan is Cezanne, die in zijn stillevens
     natuurgetrouw kleuren schilderde. Kleuren en voorwerpen doordrongen zijn lichaamsbewustzijn voordat hij deze op
     het doek kon brengen; deze inwerking hield hem ver weg van contact met een medemens.
     Een ander voorbeeld is Wolfli (1864-1930). Zijn leven als wees, zijn bestaan in grote armoede, uitbuitingen die hij
     onderging, zijn sensibiliteit vol creatieve vermogens, het doorbreken van psychoses, dit alles bood  hem niet de
     mogelijkheid kunstenaar te worden.  De zorg van psychiaters en een dertig jaar durende opname in een
     psychiatrische inrichting verschaften hem de ruimte zijn immense en fascinerende scheppingskracht in beelden,
     in  poëzie, in muzikaal werk te manifesteren. Rilke gaf uitdrukking aan deze getormenteerde, door psychoses op
     zichzelf teruggeworpen ziel: ‘Het geval Wolfli zal ons ooit helpen om nieuwe inzichten te verwerven in de bronnen
     van creativiteit.'     
     Vele  stervelingen ondergaan een kwetsbare gevoeligheid die naar een uiterste beweegt; eveneens wordt de
      scheppende kunstenaar tot een uiterste gedreven. De drang tot het verbeelden van Schoonheid, hetzij in een
      beeldhouwwerk, in een schilderij, in een gedichtin een compositie. De Franse dichter Baudelaire stelt het schone
      en het goddelijke op één lijn. Het goddelijke dat de mens verloren heeft op het moment van de schepping  is het
      schone. Het schone trachten uit te drukken is veelal een obsessie, het sublieme (onzegbare) is een uiterste poging
      het goddelijke uit te beelden (tot op de grens waarin dat mogelijk/onmogelijk is). Newman, Rothko, Kiefer en anderen
      geven elk op eigen wijze daar getuigenis van. Menig kunstenaar vervalt tot wanhoop  in zijn/haar eenzaamheid.
      Naast bovengenoemden zijn er getuigenissen van Nietzsche, Rilke, Klee,  Gauguin, Schiele, Wolfli, van Gogh, Woolf,
      en anderen. De intensiteit van scheppingsdrang is indringend heftig, het lichaamsbewustzijn wordt verteerd door zo’n
      krachtig scheppingsvuur dat hij/zij dit niet door een inspanning van  de alledaagse wil lijkt te kunnen bedwingen.
      De persoonlijkheid offert zich op het altaar van de passie. Het kunstwerk kan opgevat worden als een goddelijk
      opium.
      Vervolg    Terug naar vorige pagina 

Website laten maken? SiteToGo.nl