Bestaansleegte

   Voor geïnteresseerden heeft dr. Ko Vos de volgende tekst geschreven. Bestaansleegte wordt hierin
    vanuit verschillende perspectieven beschouwd. Aan bod komen het Analytisch Psychologisch  
    perspectief, een filosofisch intermezzo, het Archetypische, het Psychoanalytisch perspectief en het
    'oplichten' van Oerleegte in de kunst.


     Bestaansleegte vanuit Analytisch Psychologisch perspectief.

     De Vlaamse neuropsychiater Karel Ringoet opteert in zijn tekst ‘Totaalbenadering’ (1981) voor een benadering
     van  een innerlijk beweeglijk veld wat betreft het weerspiegelen van de psyche door het Jungiaanse concept  
     ‘psychische energie’ toe te passen op de diepste psychische lagen. Vanuit deze vrije psychische energie
      ontvouwt zich een oer-bewustzijn.  Woorden die hier aan toegekend worden zijn vrijwel onzegbaar: oceanische,  
      oneindige, oerleegte…
      In haar boek ´Bestaansleegte´ beschrijft Monique de Heij (2013) wat zich in doorleving van Oerleegte  in het
      bewust-zijn kan voordoen.
      In geval van een weerstand bij de conceptie (zoals in het ‘Boek van Natuurlijke Bevrijding’  - beter bekend als het
     ‘Tibetaanse Dodenboek’, opgetekend door Padmashambava) - van een of van beide ouders, kan dit invloed
      hebben op dit oer-bewustzijn bij deze juist verwekte mens. Zo kan er een fysische en/of psychische
      traumatisering plaatsvinden in het foetale bewustzijn.
      Zo heeft Ronald Laing in de ‘Naakte feiten’ hieromtrent een veelheid aan gelijkenissen verzameld. Wanneer het
      weerloze innerlijk ondersteund wordt door een energetische veerkracht uit diepere lagen van de psyche (wat bij
      Jung een archetypische kracht is, bij Sri Aurobindo een inwerking van het Bovenmentale) betekent dit bij een
       mens (ongeacht leeftijd) een surplus-ervaring. Het gangbare ‘ik’ (dat zich gaandeweg ontwikkelt) overkomt een
       wijziging in het bemiddelaar zijn tussen diverse functies. Hierin kunnen zich varianten voordoen van wat in het
       bovengenoemde boek ‘Bestaansleegte’ psychose genoemd wordt.   

     Filosofisch intermezzo

     Ringoet verwijst naar woorden van beschouwing van Martin Buber (1878-1965), waarin Buber schrijft dat  een
      mens meer dan eens in het leven overrompeld kan worden innerlijk in een afgrond te staren en slechts een stap
      daarvandaan is. Vol vertwijfeling  verkeert deze mens met zichzelf in een existentiele  leegte-ervaring. Dit
      ontleent Buber deels aan Friedrich Nietzsche (1844-!900), die onder andere in ‘Aldus sprak Zarathustra’
      schrikwekkend uitdrukking geeft aan de onmogelijkheid om nog langer in een beschermende vader-god te
      geloven. Daarin vertelt Zarathustra/Nietzsche in een van zijn redevoeringen dat de mens als een koord is,
      gespannen over een afgrond.
      Dit  betekent impliciet dat de mens niet meer in zichzelf kan geloven; er is slechts existentieel verlies, een verlies
      aan houvast. Eveneens hebben filosofen in de jaren ’70 van de twintigste eeuw gereflecteerd op de tijdgeest en
      cultuur, waarin de cultuur lijdt aan objectverlies. In navolging van Camus hebben zij de absurditeit van het
      bestaan-op-zich opgemerkt. Dit verlies aan object, aan levensdoel, aan zingeving, leidt tot ledigheid, verveling
      en uitwegloosheid. Niet langer is er een ‘waarheen’, maar slechts een gapende leegte.                                                             Sri Aurobindo (1872-1950) maakt in ‘The Live Divine’ duidelijk dat vanuit het perspectief van supramentale
      transformatie de mensheid mentaal neigt te vertoeven in een zintuiglijke wereld, terwijl het innerlijk wetend
      daaraan voorbij is. 

      Vervolg 

Website laten maken? SiteToGo.nl